De tegenstelling
Alleen al ons sterrenstelsel bevat honderden miljarden sterren, de meeste hebben planeten en sommige daarvan hebben omstandigheden die op die van de aarde lijken. Het sterrenstelsel is zo oud dat een beschaving die 1 miljoen jaar vóór de onze ontstond, de tijd zou hebben gehad om zich zeer ver te verspreiden.
Toch heeft tientallen jaren zoeken geen enkel bevestigd signaal opgeleverd. Dat roept de vraag op die wordt toegeschreven aan een natuurkundige die hem tijdens een lunch zou hebben gesteld: als ze met zo veel zijn, waar zijn ze dan allemaal?
De belangrijkste verklaringen
- De filterErgens tussen eenvoudig leven en een beschaving zit een stap waar bijna niemand doorheen komt. De vraag is of we die al achter ons hebben of dat hij nog voor ons ligt.
- Zeldzame aardeEr moeten zo veel voorwaarden zo precies samenvallen dat complex leven uiterst zeldzaam ontstaat.
- StilteEr zijn beschavingen, maar ze maken geen lawaai: misschien zijn ze niet geïnteresseerd, is het onveilig of communiceren ze op een manier die wij niet kennen.
De eerste verklaring is het meest verontrustend. Als de moeilijke stap al achter ons ligt - bijvoorbeeld het ontstaan van leven zelf - hebben we geluk gehad. Als die nog voor ons ligt, overleven beschavingen regelmatig een bepaalde fase niet en komen wij daar pas op af.
Het ontbreken van ontdekkingen is informatie, maar zwakke informatie. We hebben naar een piepklein deel van de hemel geluisterd, binnen een beperkt frequentiebereik en gedurende een naar kosmische maatstaven zeer korte tijd.
De omvang van de zoektocht is inderdaad bescheiden. Een vergelijking die vaak wordt gebruikt: het is alsof je een glas water uit de oceaan schept, er geen vissen in vindt en concludeert dat er geen vissen zijn. Het is nog te vroeg om te beweren dat ze er niet zijn.
Er is ook een technische kanttekening. Onze eigen radiosignalen zijn de afgelopen decennia zwakker en gerichter geworden: analoge uitzendingen hebben plaatsgemaakt voor digitale en satelliettransmissie. Misschien maken beschavingen maar korte tijd lawaai en worden ze daarna stil.
De zoektocht is nu verschoven van radiosignalen naar andere dingen: sporen van technologie in de atmosferen van verre planeten, ongebruikelijke lichtbronnen en tekenen van chemische onevenwichtigheid. Het duurt langer, maar vereist niet dat iemand ons bewust een signaal stuurt.
Waaruit bestaat de tegenstelling?
Hoe sterk is de conclusie die we uit het uitblijven van vondsten kunnen trekken?
Bronnen
- De vraag naar de tegenstelling tussen de vermoedelijke verspreiding van leven en het ontbreken van waarneembare sporen werd in het midden van de 20e eeuw geformuleerd
- mogelijke verklaringen zijn de hypothese van de grote filter, de zeldzaamheid van de benodigde omstandigheden en de geringe waarneembaarheid van beschavingen
Volgende in de serie ‘Leven in het heelal’
2 artikelen volledig op de site, nog 3 in de app
