De briefkaart waarop je geen woord mocht schrijven
In 1914 voerde het Britse leger de veldpostkaart in: een formulier met voorgedrukte regels. Je hoefde niets te bedenken, alleen weg te strepen wat niet van toepassing was: "ik ben helemaal gezond", "ik ben in het ziekenhuis opgenomen", "ik heb je brief ontvangen", "een brief volgt zodra dat mogelijk is". Daarna kwamen de datum en de handtekening. Honderden miljoenen van zulke kaarten werden naar huis gestuurd.
De reden was praktisch. Het formulier ging meteen door de censuur: er viel niets in te controleren. Ook kwam het sneller aan dan een gewone brief. Voor een gezin betekende één niet-doorgestreepte regel het belangrijkste: op die datum leefde hij. En dat je er niets van jezelf aan kon toevoegen, stond op de kaart zelf.
Op deze zijde mag niets worden geschreven behalve de datum en de handtekening van de afzender. Als er iets anders wordt toegevoegd, wordt de kaart vernietigd.
De geadresseerde las de brief niet als eerste
Een gewone brief van een soldaat ging niet rechtstreeks de postzak in. Hij werd gelezen en ondertekend door een officier van zijn eigen compagnie: geen anonieme ambtenaar achter het front, maar iemand met wie je die ochtend thee had gedronken. Schrijven dat nog maar de helft van het peloton over was en dat je bang was, terwijl hij erbij zat, was bijna onmogelijk. Je begon al dingen weg te strepen voordat de censor dat deed: in je hoofd.
De regel gold voor iedereen: een brief van een soldaat werd gelezen door een officier van zijn compagnie. Voor een uitzondering moest je smeken.
Er was een omweg: de "groene envelop". Een soldaat ondertekende een belofte dat de envelop alleen persoonlijke en familiale zaken bevatte, en de commandant van zijn compagnie opende zo'n brief niet. Sommige groene enveloppen werden later achter het front wel steekproefsgewijs gecontroleerd. Een kwart eeuw later werden Sovjetbrieven tot driehoeken gevouwen en niet dichtgeplakt: dat was makkelijker voor de censor. Bovenaan kwam de stempel "Gecontroleerd door de militaire censuur".
Wat de soldaat zelf wegstreepte
Censuur verklaart niet alles. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog werd post nauwelijks gecontroleerd, en brieven daaruit zijn merkbaar openhartiger. Maar ook daar spaarden mannen hun moeders en vrouwen. Een tweede filter speelde mee: de ontvanger zelf. Je schrijft aan iemand die het nieuws pas twee weken later hoort en niets anders kan doen dan zich zorgen maken.
Een grove schaal, geen telling: zoveel van wat ze meemaakten belandde in een brief. Het dagboek van diezelfde persoon zou bovenaan staan.
Daarom lezen de dagboeken van diezelfde mensen anders. Een dagboek bijhouden aan het front was meestal verboden, maar toch deden ze het, in piepklein handschrift en verborgen. Op dezelfde dag stuurde iemand naar huis: "alles goed, bedankt voor het pakket" en schreef diegene voor zichzelf een korte, zakelijke regel over wie er die dag was begraven. Een brief schrijf je voor iemand. Een dagboek voor niemand.
- Lees de brief als een teken: op die datum leefde hij
- Let op verzoeken: sokken, tabak, papier. Dat is het dagelijks leven
- Vergelijk hem met een dagboek, als dat bewaard is gebleven
- Zie een opgewekte toon niet als stemming: het is een formule
- Verwacht geen beschrijving van de strijd: die zou zijn weggestreept
- Lees zwijgen over verliezen niet als onverschilligheid
Waarom gebruikte de Britse veldpostkaart voorgedrukte zinnen?
Waarom klonken brieven van het front vaak opgewekter dan dagboeken?
Bronnen
- Veldpostkaart van het Britse leger (Army Form A2042), compagniecensuur en "groene enveloppen": gebaseerd op materiaal van het Imperial War Museum
- Sovjetdriehoeken: gebaseerd op stempels van de militaire censuur op brieven
Volgende in de serie ‘Brieven en dagboeken’
2 artikelen volledig op de site, nog 3 in de app
